Joris Laponder over duurzame mobiliteit (deel 1)

Deel 1:  Mobility in transition: welke rol speelt Nederland?

In deze driedelige serie spreken wij onze CCO Joris Laponder over de toekomst van elektrisch rijden en laden. Hoe ziet de mobiliteit van de toekomst eruit? Welke uitdagingen staan er op stapel? 

In dit eerste deel vertelt Joris over de mobiliteitstransitie en de rol die Nederland daarin speelt. Dit interview is ook te beluisteren in de podcast van Duurzaam Bedrijfsleven. Het interview is afgenomen door Pieter van der Werff.

“Nederland is met een serieuze inhaalslag bezig op het gebied van EV. Op dit moment is twee procent van de totale vloot van Nederland plug-in-hybride of volledig elektrisch. Noorwegen was altijd het land waar we tegen opkeken. Wat kunnen we leren van Noorwegen?”

Joris: “Wat we kunnen leren, is hoe zij (Noorwegen, red.) de stedelijke vervuiling aanpakken. Ze willen de steden daar zo snel mogelijk autovrij of geheel elektrisch krijgen. Ik zeg niet dat we daar per se heen moeten, maar het is wel een voorbeeld van hoe je de transitie kunt versnellen. Wat we verder kunnen leren, is het omarmen van EV. In Noorwegen is EV een algemeen product dat iedereen fijn vindt en graag gebruikt. Al moet ik zeggen dat we daar, in de afgelopen twee jaar, een enorme inhaalslag in hebben gemaakt in Nederland. Als ik kijk in m’n eigen omgeving, maar ook in het straatbeeld, dan is het een veel voorkomend beeld geworden: EV. We kijken er niet meer van op. Het is niet meer die ene Tesla die om het hoekje komt, om maar een voorbeeld te noemen.”

“Nederland wordt nu ook wel gezien als voorloper. Waarom?”

Joris: “We hebben de afgelopen jaren een enorme impuls gekregen om die markt versneld groot te maken. Volgens mij zijn we qua laadpunten nu de top 2-speler, misschien wel nummer één. Dat brengt allerlei vormen van innovatie met zich mee: in businessmodellen, bedrijven die opgestart zijn, kennis en expertise die opgebouwd is, vraagstukken die nu versneld naar voren komen en die in andere landen nog niet naar voren komen. In die landen poppen nu vraagstukken op die wij vijf jaar geleden hadden. Bovendien zijn we een klein land, waardoor je de mobiliteitstransitie goed ziet, die is echt ‘in your face’.”

“Zien we in de landen om ons heen dezelfde ontwikkelingen?”

Joris: “Ik zou willen focussen op de landen waar Eneco eMobility actief is. Dat is in de Benelux, dus in België, Luxemburg, en ook in Duitsland.” De mensen die daar in de markt actief zijn, hebben wel dezelfde toekomstbeelden. Maar in de praktijk zie je dat er nog heel wat stappen moeten worden gezet. België, bijvoorbeeld, loopt twee, drie jaar achter ten opzichte van Nederland en Duitsland misschien nog wel iets meer. Het lijkt alsof er in Duitsland best veel gebeurt qua aantallen. Maar omdat het zo’n groot land is, zie je het nog niet echt in het straatbeeld. Maar er gaat ook daar veel gebeuren.”

“Je legde net uit dat België ongeveer drie jaar achterloopt op Nederland, en Duitsland nog iets meer. Wat voor trends zie je daar waarvan je zegt: daar hebben wij wel weer iets aan?”

Joris: “In Duitsland hebben we toevallig net een bedrijf overgenomen dat een groot project heeft gedaan in een stedelijke omgeving. Daar is een compleet nieuw appartementencomplex gebouwd, waarbij iedere parkeerplaats is voorzien van de mogelijkheid om er een laadstation te plaatsen. In Nederland zie ik ook ontwikkelingen in de bouw. De kabelgoot wordt dan, bijvoorbeeld, al wel aangelegd. Maar in Duitsland zijn ze nog een stapje verder gegaan. Daar hebben ze het echt geïntegreerd in het woonaanbod, daar werken bouw en automotive-industrie samen. Dat soort ecosystemen heb ik hier in Nederland nog niet veel gezien, misschien nog helemaal niet. Van die geïntegreerdheid  kunnen wij zeker wat leren. Ik denk dat daar een belangrijke oplossing ligt, ook om het betaalbaar te maken voor de berijder en voor het bedrijf.”

“Even een fiscale vraag. Nederland heeft het goed gedaan, mede dankzij de lage bijtelling. Die bijtelling is nu wel omhoog gegaan. Vrees je het effect?” 

“Het zal zeker een effect hebben, in de mindset in eerste instantie natuurlijk. Dus vrees je het effect? Ik denk dat er in 2020 jaar meerdere zaken een rol spelen. Ten eerste zag je eind vorig jaar enorme koop, dus Q4 was echt een topkwartaal als het gaat om het bestellen van elektrische auto’s. We zijn in Q1 dan ook nog erg druk bezig met het verwerken daarvan.

We zagen dat iedereen eind 2019 nog snel volgens de oude regeling een elektrische auto en een laadpunt wilde. Dit jaar zul je dus veel meer elektrische auto’s op de weg zien. Ook zal er, op meerdere plekken, een tekort aan laadpunten ontstaan. Daar zal in geïnvesteerd moeten worden. Kijk je dan naar de bijtelling, die gaat in 2021 omhoog naar twaalf procent. Dan zal er een bepaalde doelgroep zijn die zegt: de bijtelling is nu acht procent, volgend jaar gaat die omhoog naar twaalf procent, laat ik dat voordeel toch maar pakken. Daarbij komen er regels bij die ervoor zullen zorgen dat er een andere push komt in de markt, zoals de zogenaamde ‘cafénorm’. Ik weet niet of je daar bekend mee bent?”

“Er zit een enorme druk op, om elektrische auto’s in de markt te krijgen”

“Nee, ik denk meteen aan een kopje koffie, maar dat zal het wel niet zijn”.

Joris: “Het is inderdaad niet een kopje koffie of een espresso. Met de cafénorm heeft de automotive-industrie wet- en regelgeving opgelegd gekregen vanuit de Europese Commissie. Als je kijkt naar de totale vloot die in een jaar verkocht wordt, dus wat verkoopt een bepaald merk in 2020 aan auto’s in Europa, dan mag de gemiddelde CO2-uitstoot per nieuw verkochte auto niet meer dan 95 gram per kilometer zijn. Dus als je auto’s met een hoge norm verkoopt, auto’s die veel CO2 uitstoten, dan moeten daar auto’s tegenover staan met een minder hoge norm. In die mix zal de elektrische auto enorm belangrijk worden. De penalty’s die ze opgelegd kunnen krijgen vanuit de Europese Commissie zijn heel zwaar. Dus er zit een enorme druk op, om elektrische auto’s de markt op te krijgen. Dat geldt niet zozeer alleen voor Nederland, maar voor heel Europa.”

“Dan nog iets anders. Amsterdam wil in 2030 enkel nog elektrisch vervoer hebben in de stad. Is dat realistisch?”

Joris: “Ik ben niet degene om te zeggen of dat realistisch is of niet. Ik denk dat het goed is dat men een dusdanig ambitieuze doelstelling stelt. Als je kijkt naar het openbaar vervoer in Amsterdam, dat is al elektrisch en verduurzaamd. Kijk je naar het transport, dan zie ik daar volgend jaar een forse intreding van elektrische bestelbussen en vrachtwagens. Dus is het mogelijk in 2030? Alles is mogelijk, als je een degelijke doelstelling stelt. Maar er zullen aspecten zijn waar je misschien niet om heen kunt. Dat durf ik niet te zeggen.” 

“Maar wel goed dat ze zo’n doelstelling stellen?”

Joris: “Ik denk dat dat heel goed is.”

“Zie je dat ook in de landen om ons heen, dat gemeenten soms enorm vooruitlopen?”

Joris: “Amsterdam heeft altijd al een heel goed EV-beleid gehad, als het gaat om de uitrol van dienstverlening. Maar je ziet het ook in andere steden. Ook in Duitsland en België nemen grote steden het heft in handen om de mobiliteit aan te pakken. Enerzijds vanwege de drukte, anderzijds vanwege de vervuiling. E-mobility is daar een oplossing van, maar carsharing ook. Je ziet dus overal nieuwe mobiliteitsconcepten ontstaan die gebaseerd zijn op elektrificering. Ook Duitsland zet daarin een trend, zeker met de taxibusjes.”

Joris podcast
Meer lezen over e-mobility?

Anderen vinden
dit ook
interessant

Een greep uit onze partners

Veelgestelde vragen over elektrisch laden

Met een laadpunt of een laadpas van Eneco eMobility laad je altijd op gegarandeerd groene stroom afkomstig van de zon en de wind. Hierdoor reduceer jij jouw CO2-uitstoot tot 70% in vergelijking tot benzine- of dieselauto’s.

Wij zijn een dochteronderneming van Eneco. Eneco is 100% aandeelhouder. Je hoeft echter geen klant te zijn van Eneco om bij ons een laadpunt aan te vragen. Wij lezen jouw laadpunt op afstand uit en hebben daarvoor geen contact met jouw stroomleverancier. Wil je meer weten? Klik dan hier.

De installatie begint in de meterkast. Vanaf daar gaat de kabel meestal zo snel mogelijk naar buiten. Daar bevestigen we het laadpunt aan de muur of op een paal, afhankelijk van de wensen en mogelijkheden van de berijder. Na de installatie test de installateur het laadpunt en legt aan de berijder uit hoe de auto wordt opgeladen.